De Europese Commissie (“Commissie”) heeft recent meerdere onaangekondigde inspecties uitgevoerd bij een bedrijf actief in de vaccinsector. De Commissie is bezorgd dat het bedrijf mogelijk in strijd handelt met het verbod op het maken van misbruik van een economische machtspositie onder artikel 102 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (“VWEU”). Zij is met name bezorgd over zogenoemde uitsluitingspraktijken die kunnen neerkomen op mededingingsbeperkende misleidende uitlatingen over (producten van) concurrenten (“discreditering”).
De Commissie heeft eerder al twee onderzoeken verricht naar vermeende discreditering in de zaken Teva Copaxone (zaak AT.40588) en Vifor (AT.40577).
Mededingingsbeperkende discreditering
Mededingingsbeperkende discreditering is een vorm van uitsluitingsmisbruik onder artikel 102 VWEU en is erop gericht om concurrenten uit te sluiten van het betreden of daadwerkelijk concurreren op de relevante markt. Het gedrag omvat het discrediteren van (goedkopere) concurrerende producten, bijvoorbeeld door misleidende informatie over veiligheid, werkzaamheid en therapeutische gelijkwaardigheid.
De Commissie beboette Teva in 2024 voor een systematische discrediteringscampagne tegen een concurrerend geneesmiddel, ondanks het feit dat relevante instanties het concurrerende geneesmiddel hadden goedgekeurd en de veiligheid, werkzaamheid en therapeutische gelijkwaardigheid ervan hadden bevestigd. Zij stelde vast dat de campagne gericht was op belangrijke stakeholders, zoals artsen en nationale beleidsbepalers voor de prijsstelling en vergoeding van geneesmiddelen. Volgens de Commissie had de strategie tot doel het toetreden van een concurrerend product in meerdere lidstaten te vertragen of tegen te houden.
In haar onderzoek naar Vifor in 2024 accepteerde de Commissie toezeggingen van de onderneming met betrekking tot een vermeende discrediteringscampagne van een concurrerend product. De campagne zag op de verspreiding van mogelijk misleidende informatie over de veiligheid van het concurrerende product. De toezeggingen gelden voor 10 jaar en zien op:
- een communicatiecampagne om de effecten van de mogelijk misleidende mededelingen ongedaan te maken en verder tegen te gaan;
- een toezegging om zich te onthouden van externe promotie- en medische communicatie over het concurrerende product met informatie die niet gebaseerd is op het etiket van het concurrerende product zelf of op klinische onderzoeken die specifiek zijn ontworpen om de producten met elkaar te vergelijken; en
- een toezegging om maatregelen en waarborgen in te voeren om naleving te garanderen, zoals trainingen voor personeel.
Wat nu?
Het huidige onderzoek weerspiegelt de toewijding van de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten om mededingingsvraagstukken op de farmaceutische markt aan te pakken. Voor farmaceutische bedrijven met een machtspositie is het onderzoek een reminder op het toezicht op mededingingsbeperkend gedrag, met name wanneer dit gericht is op uitsluiting.
Voor bedrijven zonder machtspositie is het onderzoek een in illustratie van de mogelijke gevolgen van het indienen van een klacht bij de Commissie en/of nationale mededingingsautoriteiten als ondernemingen met een machtspositie hen of hun producten van de markt proberen uit te sluiten.
SOLV beschikt over een brede expertise en ervaring in het mededingingsrecht en de toepassing daarvan op de farmaceutische- en zorgsector. Wij adviseren regelmatig zowel ondernemingen met en zonder machtspositie over de toepassing van artikel 102 VWEU en artikel 24 Mededingingswet. Voor vragen kunt u contact opnemen met Kim van Haastrecht of Jelle van den Biggelaar.