020 530 0160

Wetsvoorstel voor de nieuwe EU Auteursrechtrichtlijn

Gepubliceerd op 19 mei 2020 categorieën , , , , ,

Op 11 mei 2020 heeft de Nederlandse regering een wetsvoorstel ingediend ter implementatie van de nieuwe Europese Auteursrechtrichtlijn, de DSM-richtlijn. Er heeft al een publieke, online consultatie plaatsgevonden. Daar zijn 57 reacties op gekomen van vele verschillende marktpartijen en branche- en belangenorganisaties. De regering publiceert met het wetsvoorstel gelijktijdig de Memorie van Toelichting, het advies van de Commissie Auteursrecht en het advies van de Raad van State.

In deze blog een kort overzicht van de nieuwe regels.


Uitgangspunten

De Nederlandse regering heeft ervoor gekozen zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de bestaande auteursrechtwetgeving en bij de tekst van de richtlijn. Daar was in het kader van de consultatie door veel partijen om verzocht, om te voorkomen dat er grote verschillen optreden in de implementatie in de verschillende EU lidstaten.

Nieuwe uitzonderingen

Onzekerheid over de bestaande regels leidt soms tot problemen in het geval van tekst- en datamining, digitaal en grensoverschrijdend onderwijs en online ontsluiting van cultureel erfgoed. Daarom schrijft de richtlijn een aantal nieuwe auteursrechtelijke uitzonderingen en beperkingen voor.

Tekst- en datamining

De eerste nieuwe uitzonderingen betreffen tekst- en datamining. Nieuwe technologieën maken het mogelijk informatie in digitale vorm zoals tekst, geluid, beeld en data geautomatiseerd te doorzoeken om zo bepaalde patronen te kunnen identificeren. Dit proces wordt onder andere gebruikt in medische onderzoeken, in het kader van kunstmatige intelligentie (zoals zelfrijdende auto’s) en in het kader van onderzoeksjournalistiek.

Tekst- en datamining vereist soms handelingen die mogelijk vallen onder het auteursrecht of het databankenrecht. Als daarvoor toestemming moet worden verkregen is dat vaak omslachtig en kostbaar. Om die reden voorziet de richtlijn in de eerste plaats in een verplichte beperking op het auteursrecht om tekst- en datamining te kunnen toepassen voor wetenschappelijk onderzoek. Alleen onderzoeksinstellingen en cultureel erfgoedinstellingen kunnen van die uitzondering gebruik maken.

Als tweede is voorzien in een algemene beperking. Voor het reproduceren van beschermde prestaties waartoe legaal toegang is verkregen, hoeft om tekst- en datamining toe te passen geen toestemming van de rechthebbende te worden verkregen en is ook geen verschuldigd. Deze algemene uitzondering is van regelend recht. De uitzondering is niet van toepassing als de rechthebbende een uitdrukkelijk maakt.

Lees onze Client Alert over de tekst- en datamining uitzonderingen.

Grensoverschrijdend digitaal onderwijs

De tweede nieuwe uitzondering ziet op onlineonderwijs en onderwijs op afstand. Deze uitzondering vult de bestaande uitzonderingen voor onderwijs aan. De nieuwe uitzondering maakt duidelijk dat digitaal gebruik daar ook onder valt. De bestaande regels voorzien bovendien niet in een uitzondering voor grensoverschrijdend, online gebruik. De richtlijn voorziet erin dat het gebruik van het beschermde materiaal in een beveiligde, elektronische omgeving wordt geacht alleen plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd. De onderwijsinstelling hoeft dan dus enkel aan de regels van dat land te voldoen.

Behoud van cultureel erfgoed

Digitalisering van cultureel erfgoed wordt steeds belangrijker. Daarvoor is wenselijk dat materiaal kan worden gekopieerd en online kan word ontsloten. Het maken van kopieën kan echter nu niet zomaar gebeuren zonder dat de rechthebbende daarvoor toestemming verleent. Omdat de rechthebbenden – zeker bij oud materiaal – niet altijd te vinden zijn en collecties vaak omvangrijk zijn, verplicht de richtlijn lidstaten tot het invoeren van een uitzondering voor het maken van kopieën om het beschermde materiaal te preserveren.

Maatregelen om licentieverlening te vereenvoudigen

ECL voor out-of-commerce werken

Artikel 8 van de richtlijn maakt het mogelijk dat collectieve beheersorganisaties aan instellingen voor cultureel erfgoed niet-exclusieve licenties “met een verruimde werking” verlenen ten aanzien van niet langer in de handel verkrijgbare werken die onderdeel uitmaken van de collectie van de betreffende instelling (“extended collective licensing”). Dit betekent dat een collectieve beheersorganisatie onder bepaalde voorwaarden ook namens niet bij de collectieve beheersorganisatie aangesloten rechthebbenden toestemming mag verlenen, doorgaans tegen betaling van een vergoeding. Artikel 9 van de richtlijn bepaalt dat een licentie met verruimde werking voor de hele Unie kan gelden.

Algemene regeling ECL

De richtlijn biedt naast een verplichte EU-brede regeling inzake ECL voor out-of-commerce werken, ook de mogelijkheid  van verruimde licentieverlening in meer algemene zin op nationaal niveau. Het toepassingsgebied hiervoor zal bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald.

Bemiddeling voor video-on-demanddiensten

Het is niet altijd eenvoudig om tussen rechthebbenden en video-on-demanddiensten overeenkomsten af te sluiten. Daarom voorziet de richtlijn in een verplichting om partijen daarbij te helpen, bijvoorbeeld door bemiddeling mogelijk te maken. In het nieuwe artikel 45ga van de Auteurswet wordt bepaald dat als partijen geen overeenstemming kunnen bereiken, zij een beroep kunnen doen op een of meer bemiddelaars die hen helpen bij de onderhandelingen.

Beeldende kunst in het publieke domein

Het verstrijken van de beschermingstermijn van werken van beeldende kunst leidt ertoe dat die werken tot het publieke domein gaan behoren. Die werken mogen vrijelijk worden hergebruikt. Artikel 14 van de richtlijn bevestigt dit en bepaalt dat reproducties van werken van beeldende kunst niet door het auteursrecht worden beschermd. Voor cultureel erfgoedinstellingen is het auteursrecht dab geen beletsel meer voor verkoop van bijvoorbeeld ansichtkaarten van schilderijen.

Een goed functionerende markt voor auteursrechtelijk beschermd materiaal

De richtlijn bevat een aantal maatregelen die beogen enkele kwesties te adresseren die verband houden met de verdeling van waarde in de online omgeving.

Het persuitgeversrecht

Voor nieuwe onlinediensten zoals nieuwsaggregatoren is het hergebruik van perspublicaties een belangrijk onderdeel van hun verdienmodel. Bij dergelijk online gebruik is het voor persuitgevers echter moeilijker om hun investeringen terug te verdienen. De belangrijkste oorzaak is dat deze dienstverleners gebruik maken van individuele artikelen en niet van de gehele uitgave. In het geval van een geschil moeten persuitgevers dan voor elk van de individuele artikelen bewijzen dat zij zich kunnen beroepen op het werkgeversauteursrecht of op een contractueel verworven positie.

Daarom voorziet de richtlijn erin dat uitgevers van perspublicaties een eigen uitgeversrecht krijgen. Dit naburige recht (dat niet van toepassing is op niet-commercieel of privégebruik) omvat het reproductierecht en het recht op mededelen aan het publiek in een online omgeving. De bescherming die door het nieuwe recht wordt geboden duurt tot 2 jaar na het jaar van publicatie. Het nieuwe recht ziet alleen op perspublicaties zoals dag- en maandbladen en nieuwswebsites en aldus niet op bijvoorbeeld wetenschappelijke periodieken. Ook wat op een blog is gepubliceerd valt er niet onder, tenzij het blog onder redactionele controle staat van een persuitgever. Ook zal het hyperlinken naar perspublicaties toegestaan blijven.

Wettelijke heffingen voor uitgevers

Sinds het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Reprobel (HvJ EU, 12 november 2015, nr. C-572/13, ECLI:EU:C:2015:750) was het niet langer mogelijk om via een besluit van de wetgever een deel van de opbrengst van wettelijke geregelde reproductievergoedingen, zoals voor foto- en privékopiëren, aan uitgevers te laten toekomen. De richtlijn repareert dit, door lidstaten de mogelijkheid te geven om de vergoedingen niet alleen aan makers maar ook weer aan uitgevers ten goede te kunnen laten komen.

De verplichting van online content platforms

Online content platforms geven gebruikers de mogelijkheid om informatie via het internet te ontsluiten. Die gebruikers kunnen daarbij beschermd werk openbaar maken zonder dat zij daarvoor toestemming hebben. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een opname van een concert, een clip van een zanger of (een deel van) een aflevering van een serie. Online content platforms verdienen daar geld mee, onder meer door middel van advertenties. De gedachte is dat rechthebbenden daar niet of onvoldoende van profiteren. De richtlijn beoogt hiervoor een oplossing te bieden door de platforms als openbaarmakers aan te merken. Daardoor hebben zij toestemming van de rechthebbenden nodig om auteurs- en nabuurrechtelijk beschermde prestaties te ontsluiten.

Lees meer over de nieuwe verplichtingen voor online content platforms in onze eerdere Client Alert.

Auteurscontractenrecht

Ten slotte bevat de richtlijn enkele auteurscontractenrechtelijke bepalingen, die gelden voor contracten waarin makers als natuurlijke personen rechten ter exploitatie overdragen of in licentie geven aan een andere partij. Deze bepalingen sluiten in verregaande mate aan bij de al bestaande Nederlandse wetgeving. Alleen de transparantieplicht is nieuw, inhoudende dat een exploitant die contracten met een maker sluit,  informatie aan de maker moet verschaffen over de exploitatie, zoals de vormen van exploitatie, de inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

Deel:

publicaties

Gerelateerde artikelen