020 530 0160

Framed hyperlink als ‘mededeling aan het publiek’

Gepubliceerd op 12 maart 2021 categorieën ,


Framed linken naar een legaal gepubliceerd werk – dat op internet al vrij toegankelijk is gemaakt voor het publiek – vormt een mededeling aan het publiek, als daarmee beperkende maatregelen tegen framing worden omzeild. Concreet betekent dit dat een rechthebbende zijn toestemming voor deze beschikbaarstelling kan beperken door doeltreffende technische voorzieningen te gebruiken, of op te leggen in een (licentie)overeenkomst. 



Kan een auteursrechthebbende de mogelijkheid tot framed linken door derden middels een licentieovereenkomst beperken?

Dit is kort gezegd de kern van de prejudiciële vraag die het Duitse Bundesgericht aan het  Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) stelde. De uitspraak van het HvJEU van 9 maart is van belang omdat de vraag of naast technische- ook contractuele toegangsbeperkingen kunnen worden opgelegd, na een reeks beslissingen van het HvJEU nog niet expliciet was beantwoord.

Hyperlinks


Elke bron op het web, zoals een bestand, webpagina of website, heeft een unieke identificatiecode: de URL. Deze code kan op twee manieren naar de bron leiden: door de URL in te vullen in de adresbalk van een browser, of door gebruik te maken van een hyperlink.

Het leggen van links kan op vele manieren. Een normale hyperlink is vrij simpel en brengt gebruikers ‘met een klik op de link’ naar een andere website. In het hoofdgeding is daarentegen sprake van framed linken. Dit houdt in dat de originele content van een gelinkte bron op een andere website wordt geplaatst door deze weer te geven in een ‘frame’. Door daarop te klikken, linkt dat frame weer door naar de originele website. Het is dus als het ware een site in een site. Als de originele content in dat frame automatisch wordt weergegeven – dus zonder daarop te klikken – dan spreekt men overigens van inline linking. 

Hyperlinks creëren (vrij letterlijk) het web en vormen daarmee in feite ook de kern van het internet. Zo erkende het Hof in GS Media dat hyperlinks van groot belang zijn voor de werking van het internet. Bovendien draagt een goed werkend internet op zijn beurt weer bij aan de vrijheid van meningsuiting en informatie.

Hoofdgeding VG Bild-Kunst


Aanleiding voor de uitspraak van het HvJEU was een geschil bij het Duitse Bundesgerichtshof. Tegenover elkaar stonden VG Bild-Kunst en de Stiftung Preußischer Kulturbesitz (SPK).

SPK is een stichting voor cultureel erfgoed en in die hoedanigheid beheert zij de Deutsche Digitale Bibliothek (DDB). Dit online platform verbindt Duitse culturele en wetenschappelijke instellingen. Het platform bevat framed links in de vorm van thumbnails (miniatuurafbeeldingen). Deze thumbnails linken door naar het oorspronkelijke gedigitaliseerde werk, zoals opgeslagen op de webportalen van de deelnemende instellingen.

Derden hebben de mogelijkheid om deze thumbnails te framen en VG Bild-Kunst – een collectieve beheersorganisatie voor auteursrechten – probeert daar een stokje voor te steken. Zo wil de organisatie in principe toestaan dat ook haar catalogus in de DDB wordt opgenomen. Maar aan de daartoe te sluiten licentieovereenkomst stelt zij echter wel de voorwaarde dat SPK de mogelijkheid tot framing door derden moet beperken.

SPK acht deze contractsbepaling niet redelijk en stapt dan ook naar de rechter. Het Bundesgerichtshof besluit het HvJEU vervolgens de volgende vraag te stellen:

Vormt het opnemen, door middel van framing van een – met toestemming van de rechthebbende op een vrij toegankelijke website beschikbaar – werk op de website van een derde een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn, indien daarbij door de rechthebbende getroffen of geïnitieerde voorzieningen tegen framing worden omzeild?

Of het plaatsen van een framed link een mededeling aan het publiek vormt is relevant omdat dit de rechten van de leden van VG Bild-Kunst zou raken. Voor een tweede mededeling aan het publiek is namelijk opnieuw toestemming van de rechthebbende vereist. Dit zou betekenen dat de beheersorganisatie op goede gronden kan eisen dat SPK als licentienemer technische voorzieningen tegen framing moet treffen.

Beoordeling hoofdgeding


Volgens het Hof is het inmiddels vaste rechtspraak dat hyperlinks – naar een legaal gepubliceerd werk dat op internet al vrij toegankelijk is gemaakt voor het publiek – geen mededeling aan het publiek vormt.

Framed link als mededeling aan het publiek


Dit blijkt onder meer uit het Svensson-arrest. Daar werd in de eerste plaats vastgesteld dat een hyperlink wel degelijk een handeling bestaande in een mededeling vormt. De link geeft gebruikers tenslotte directe toegang tot een werk. In de tweede plaats oordeelde het Hof daarentegen wel dat – in het geval een werk reeds vrij toegankelijk is op een website – er geen nieuw publiek wordt aangeboord. Het publiek is en blijft dan namelijk: alle potentiële internetgebruikers. Tot slot verklaarde het Hof deze analyse in Bestwater ook van toepassing op hyperlinks die gebruik maken van een framing techniek.

Aanvankelijk herhaalt het Hof deze rechtspraak en overweegt dat het framed linken ook hier dezelfde techniek gebruikt (het internet) als welke gebruikt is om het beschermde werk op de oorspronkelijke website aan het publiek mede te delen. Hieruit kan worden afgeleid dat de rechthebbende – door zijn werk vrijelijk ter beschikking van het publiek te stellen – van meet af aan alle internetgebruikers tot publiek heeft gerekend. Door het plaatsen van een hyperlink wordt in beginsel dus geen nieuw publiek aangeboord.

Toch oordeelt het HvJEU dat deze regel in dit geval niet op gaat. In Svensson werden aan de toegang tot betrokken werken namelijk geen beperkende maatregelen gehanteerd. In geval van VG Bild-Kunst ligt dit anders. Daar gaat het juist om de situatie waarin de auteursrechthebbende de verlening van een licentie afhankelijk wil stellen van het nemen van beperkende maatregelen tegen framing. Hij beperkt daarmee de toegang tot enkel de website van zijn licentiehouders.

Verbod op uitputting


Volgens het Hof kan er daarom niet van uit worden gegaan dat de rechthebbende ermee heeft ingestemd dat derden zijn werken vrijelijk aan het publiek kunnen mededelen. Bovendien heeft de houder van een auteursrecht ingevolge artikel 3 lid 3 van de Auteursrechtrichtlijn een exclusief en onuitputtelijk recht om elke mededeling van zijn werken aan het publiek toe te staan of te verbieden. Ervan uitgaan dat een rechthebbende, ondanks zijn beperkende maatregelen tegen framing, heeft ingestemd met elke mededeling aan het publiek door een derde druist daar dwars tegen in.

Onder de voornoemde omstandigheden vormt het plaatsen van een framed link dan ook een mededeling aan een (nieuw) publiek. In beginsel is daarvoor opnieuw toestemming van de rechthebbende vereist.

Doeltreffende technische voorzieningen


Aan die ‘beperkende maatregelen’ stelt het Hof echter wel de eis dat dit doeltreffende technische voorzieningen moeten zijn, als bedoeld in artikel 6 van de Auteursrechtrichtlijn en artikel 29a van de Auteurswet. Met andere woorden, kan een rechthebbende zijn toestemming alleen beperken door doeltreffende technische voorzieningen te gebruiken, of op te leggen in een (licentie-)overeenkomst. Het omzeilen van deze voorzieningen leidt dan tot een auteursrechtinbreuk.

Dit doet het Hof naar eigen zeggen om naast het belang van rechthebbenden ook de rechtszekerheid en een goed werkend internet te kunnen garanderen. Daartoe overweegt zij dat het anders lastig kan zijn om na te gaan of een houder van auteursrechten zich tegen de framing heeft willen verzetten.

Tot slot moet de rechter nog controleren of een maatregel ‘doeltreffend’ is. Een tekstueel framing-verbod in de algemene voorwaarden zal daarvoor dus niet voldoende zijn. Het antwoord op de vraag wat dan wel een doeltreffende maatregel is, lijkt nog niet te zijn uitgekristalliseerd. Mogelijk vormt deze Finse zaak een aanknopingspunt. Daarin werd bepaald dat een maatregel niet langer doeltreffend is, als daarvoor geen speciale software of trucs nodig zijn.  

Verschillende links, gelijke behandeling


Voor de beantwoording van de vraag van het Duitse Bundesgerichtshof heeft het HvJEU de bestaande jurisprudentie opnieuw bekeken en zich daarnaast op het verbod tot uitputting gericht. Dit is in lijn met de Conclusie van de advocaat-generaal. Een aanbeveling die het Hof niet besloot over te nemen, is het voorstel om verschillende soorten links (aanklikbaar of automatisch) ook verschillend te behandelen. Met deze uitspraak lijkt het er dan ook op dat verschillende links (vooralsnog) gelijk moeten worden behandeld.

Deel:

publicaties

Gerelateerde artikelen