020 530 0160

Copyright is for losers

Gepubliceerd op 30 oktober 2020 categorieën , ,

Het intellectuele eigendomsrecht biedt Banksy vooralsnog geen soelaas in de strijd tegen commercieel gebruik van zijn kunst. Zijn merk de “Flower Thrower” werd recent door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) ongeldig verklaard.

“Copyright is voor losers” staat in zijn boek uit 2005. Banksy is van mening dat het publiek vrij moet zijn om zijn graffitikunst te gebruiken. Maar dat geldt niet voor commercieel gebruik van zijn werk. Om dit commerciele gebruik te voorkomen liet Banksy daarom alsnog verschillende werken als Europees merk registreren.

Het merkenrecht is dus kennelijk niet voor losers. Maar biedt het merkenrecht een kunstenaar als Banksy ook daadwerkelijk houvast? Het antwoord luidt vooralsnog nee.

Achtergrond

Naarmate Banksy populairder werd, nam ook het aantal bedrijven toe dat zijn werken commercieel ging exploiteren. Banksy gaf immers toch niks om intellectuele eigendomsrechten en is vanwege zijn anonimiteit moeilijk te benaderen voor toestemming. Tevergeefs probeerde het Britse bedrijf “Full Colour Black”, dat wenskaarten verkoopt met de Flower Thrower afgebeeld, een licentie te verkrijgen voor het gebruik van dit werk.

Banksy ging hier niet op in en schakelde het bedrijf Pest Control Office Ltd. in om zijn intellectuele eigendomsrechten op de werken veilig te stellen. Namens Bansky registreerde het Pest Control Office een aantal Europese merken (‘Uniemerken’). Met de registratie kon het bedrijf vervolgens als merkhouder optreden tegen commercieel gebruik van de merken door derden.

“possibly the least poetic reason to ever make some art”

Als reactie op de merkinschrijvingen startte Full Colour Black in 2019 een doorhalingsprocedure tegen het merk. Full Colour Black vond dat het beeldmerk van de Flower Thrower te kwader trouw was gedeponeerd. Het merk was nooit daadwerkelijk gebruikt en wordt door het publiek ook niet als merk gepercipieerd. Bovendien is het merk uitsluitend geregistreerd met als doel het auteursrecht te omzeilen, aldus Full Colour Black.

Kort daarna opende Banksy een fysieke winkel in London waar hij zijn producten en merchandise – op vrij onorthodoxe wijze – aan de man bracht. Banksy omschreef het doel van zijn winkel als “possibly the least poetic reason to ever make some art – a trademark dispute”. Zijn enige doel met het openen van de winkel was doorhaling van zijn merkregistraties zien te voorkomen.

Te kwader trouw?

De verklaringen van Banksy omtrent het gebruik van zijn werken en de opening van zijn winkel keren echter als een boemerang terug in zijn gezicht. Uit zijn verklaringen blijkt volgens het EUIPO namelijk juist dat Banksy zijn merken enkel heeft laten registreren om partijen als Full Colour Black dwars te zitten. Banksy heeft geen oprechte intenties zijn beeldmerk commercieel te gebruiken voor bijvoorbeeld merchandise. Daarbij is de registratie van zijn merk gedaan omdat Bansky geen bescherming toekomt op grond van het auteursrecht. De functie van het merkenrecht is echter niet gelegen in het verkrijgen van bescherming door het auteursrecht te omzeilen, aldus het EUIPO.

Het EUIPO liet zich niet uit over de vraag of de Flower Thrower als herkomstaanduiding kan fungeren voor waren of diensten. Onderscheidend vermogen van een merk is echter wel vereist. Vaak zal een kunstwerk door het publiek niet als merk voor waren of diensten worden opgevat, maar slechts als versiering. Om die reden is bijvoorbeeld ook de inschrijving van de Nachtwacht als beeldmerk afgewezen.

En als Copyright nou niet voor losers was?

Voor kunstenaars zal een beroep op het auteursrecht in deze situatie dan ook meer voor de hand liggen. Het auteursrecht beschermt originele en artistieke werken van de maker. Desondanks biedt het auteursrecht in het geval van Banksy geen soelaas. Niet zozeer vanwege zijn kritische uitspraken over het auteursrecht, maar vanwege de anonimiteit van de persoon die schuilgaat achter Banksy. De enige persoon die een beroep kan doen op het auteursrecht is namelijk de maker van het werk. Zijn ware identiteit wil Banksy echter niet prijsgeven.

Meer drempels?

Het EUIPO noemt nog twee drempels die een beroep op het auteursrecht in de situatie van Banksy bemoeilijken.

Zo stelt het EUIPO dat op de graffitiwerken geen auteursrecht rust omdat de werken mogelijk voortvloeien uit een strafbaar feit; het zonder toestemming spuiten van graffiti op andermans eigendom. Daarbuiten zou Banksy het auteursrecht ook niet kunnen inroepen tegen de eigenaar van de muur die de graffiti besluit weg te halen.

Ten tweede vervalt een beroep op het auteursrecht volgens het EUIPO mogelijk, omdat graffiti op openbare plaatsen wordt gespoten waar iedereen het kan bekijken en fotograferen. Het EUIPO lijkt hier te verwijzen naar de panoramavrijheid: de exceptie op het auteursrecht waaronder het is toegestaan zelfgemaakte foto’s van kunstwerken en gebouwen in het publieke domein te verspreiden. Lang niet alle landen kennen echter deze exceptie. Bovendien is het naar Nederlands recht de vraag of de panorama-exceptie ook geldt voor graffiti. Het moet dan immers gaan om werken die zijn geplaatst om daar permanent te blijven. Bij graffiti gaat het vaak om een tijdelijke muurschildering.

Gevolgen

De beslissing van het EUIPO heeft waarschijnlijk ook gevolgen voor de overige merkinschrijvingen van Banksy. De kans is groot dat deze door Full Colour Black, of een andere derde partij, ook aangevochten zullen worden. Voor Banksy staat overigens nog wel de mogelijkheid open om in beroep te gaan tegen de beslissing.


Deel:

publicaties

Gerelateerde artikelen