020 530 0160

Europees Hof: uploadfilter online platforms geen censuur

Gepubliceerd op 19 mei 2022 categorieën ,

Het Hof van Justitie van de Europe Unie heeft uitspraak gedaan in een zaak over de uploadfilter uit de “nieuwe” Europese Auteursrechtrichtlijn (richtlijn 2019/790). Het uploadfilter is opgenomen in artikel 17 Auteursrechtrichtlijn (en artikel 29c in onze Nederlandse Auteurswet) en kreeg deze naam omdat de bepaling online platformen zou verplichten alle content te filteren die door diens gebruikers wordt geüpload. Er is veel gezegd, geschreven en onderhandeld over artikel 17 Auteursrechtrichtlijn. Tegenstanders waren met name bang dat het uploadfilter ervoor zou zorgen dat de vrijheid van meningsuiting te veel zou worden ingeperkt, omdat online platforms vooraf al content zouden moeten tegenhouden.

Bij het maken van de Auteursrechtrichtlijn stemde Nederland tegen de invoering van het uploadfilter. Ook Polen en een aantal andere landen deden dat. Toen het artikel alsnog werd aangenomen, besloot Polen een klacht in te dienen bij het Europees Hof wegens strijd met de vrije meningsuiting. Polen wilde schrapping van het artikel. Daar gaat het Europees Hof niet in mee.

Uploadfilter?

Eerder schreven mijn collega Micha Schimmel een blog en Douwe Linders een whitepaper over het uploadfilter. Voor een uitgebreide bespreking van het uploadfilter zij daarnaar verwezen.

In het kort geldt artikel 17 Auteursrechtrichtlijn voor grote online platforms waarop gebruikers content kunnen plaatsen, bijvoorbeeld YouTube en Facebook. Soms plaatsen gebruikers content van een ander zonder toestemming van degene die het auteursrecht heeft op de content (rechthebbende). Zonder toestemming is sprake van een auteursrechtinbreuk. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een deel van een film op YouTube zonder toestemming. Artikel 17 Auteursrechtrichtlijn heeft tot gevolg dat online platforms aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de auteursrechtinbreuk. Dat was voorheen lastiger.

Het is voor rechthebbenden nu dus makkelijker om inbreuk te bestrijden: niet alleen de (onbekende en onvermogende) gebruiker die de content plaatst, maar ook het online platform zélf kan worden aangesproken op de auteursrechtschending.

Op de aansprakelijkheid van het online platform bestaan twee uitzonderingen:

  1. Toestemming. Een online platform is niet aansprakelijk als toestemming is verkregen van de rechthebbende, bijvoorbeeld door een licentieovereenkomst te sluiten met een collectieve beheersorganisatie; of
  2. Geen toestemming. Als geen toestemming is verkregen is het online platform niet aansprakelijk als het kan aantonen:
    1. zich naar beste vermogen te hebben ingespannen om toestemming te krijgen;
    2. maatregelen te hebben getroffen om ervoor te zorgen dat specifieke inbreukmakende content – waarover de rechthebbende heeft geïnformeerd – niet beschikbaar is (hetgeen dus inhoudt filteren op door rechthebbenden aangegeven content)*; en
    3. na ontvangst van een onderbouwde melding van een rechthebbende, voortvarend op te hebben getreden om inbreukmakende content te verwijderen of ontoegankelijk te maken.* Het platform moet een effectieve procedure implementeren om aangetroffen inbreukmakende content te verwijderen. Bij inbreuk moet de content niet alleen na een melding worden verwijderd (notice and takedown, zie bijv. hier) maar ook verwijderd blijven (notice and staydown). Als voorbeeld:  YouTube biedt bijvoorbeeld hier de mogelijkheid om een melding te doen en informeert ook over preventief filteren.

Het uploadfilter geldt voor grote online platforms met als hoofddoel om beschermde werken door gebruikers te delen, zoals Facebook en YouTube. Er gelden wel uitzonderingen voor nieuwe en kleine platforms of platforms met andere doestellingen (zie meer uitgebreid de genoemde blog en whitepaper).

De zaak van Polen over het uploadfilter

Kort nadat de Auteursrechtrichtlijn werd aangenomen, diende Polen een klacht in bij het Europees Hof. Polen verzocht om (een deel van) artikel 17 te schrappen (onderdeel 2 b en c, zie hierboven met * erachter) omdat het in strijd zou zijn met de vrijheid van meningsuiting (artikel 11 EU Handvest en artikel 10 EVRM).

Inperking vrijheid van meningsuiting

Artikel 11 Handvest bepaalt dat iedereen de vrijheid moet hebben om een mening te hebben en kennis te nemen en te geven van informatie of ideeën. Ook artikel 10 EVRM bepaalt dat iedereen het recht heeft op vrijheid van meningsuiting en het ontvangen van informatie en op de middelen van verspreiding ervan die betrekking hebben op het recht om kennis te nemen en te geven van informatie.

Volgens Polen zouden online platforms door artikel 17 Auteursrechtrichtlijn verplicht zijn om alle door hun gebruikers geüploade content voorafgaand aan de verspreiding ervan te controleren (zie onderdeel 2b en c, hierboven met * erachter). Online platforms zouden daarvoor automatische filtersoftware moeten gebruiken, hetgeen een ernstige inmenging in het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie van gebruikers van online platforms zou vormen. Hierdoor wordt mogelijk ook rechtmatige content geblokkeerd, aldus Polen.

Ongerechtvaardigde inperking

Polen is verder van mening dat deze inperking op de vrijheid van meningsuiting niet gerechtvaardigd is (artikel 52 Handvest).

Uit artikel 52 Handvest en artikel 10 EVRM volgt dat de wettelijke bepaling waarop de inperking op de vrijheid van meningsuiting wordt gebaseerd, toegankelijk en voorzienbaar moet zijn. Ook dient de inperking noodzakelijk, doeltreffend en evenredig te zijn. Dat houdt in dat de maatregel in verhouding moet staan met het nagestreefde doel. Wanneer een keuze bestaat tussen verschillende maatregelen met een vergelijkbaar resultaat, moet de maatregel worden gekozen die het minst ingrijpend is. Als meerdere grondrechten botsen (in dit geval: uitingsvrijheid en recht op intellectuele eigendom), moet er een “juist evenwicht” worden verzekerd tussen de verschillende grondrechten – het ene grondrecht weegt niet zwaarder dan het ander. Verder moeten degene van wie de rechten worden beperkt voldoende garanties hebben om te worden beschermd tegen het risico van misbruik. Dat is met name zo wanneer de inperking van uitingsvrijheid voortvloeit uit een geautomatiseerd filterproces.

Volgens Polen zou artikel 17 Auteursrechtrichtlijn geen waarborgen hebben om ervoor te zorgen dat niet te veel content voorafgaand offline wordt gehouden. Online platforms zouden een “carte blanche” krijgen voor voorafgaande controle en filtering. Als content automatisch wordt geblokkeerd die achteraf niet inbreukmakend blijkt te zijn, wordt de verspreiding ervan op zijn minst aanzienlijk vertraagd. Daardoor bestaat het risico dat die content voor de verspreiding al haar belang en informatieve waarde verliest.

Europees Hof: voldoende waarborgen

Het Europees Hof behandelt alleen de vraag of het gehele artikel 17  Auteursrechtrichtlijn kan worden geschrapt, omdat het een onlosmakelijk geheel vormt van de rest van het artikel.

Inperking vrijheid van meningsuiting

Het Europees Hof is het met Polen eens dat de specifieke aansprakelijkheidsstelling van artikel 17 Auteursrechtrichtlijn een inperking vormt van de vrijheid van meningsuiting en informatie.

Ongerechtvaardigde inperking

Maar: het Europees Hof vindt dat artikel 17 voldoende waarborgen bevat voor de vrijheid van meningsuiting en informatie van gebruikers en dat het artikel zorgt voor een “juist evenwicht” tussen de uitingsvrijheid en de bescherming van auteursrechten.

Ten eerste overweegt het Europees Hof dat de wettelijke bepaling voldoende voorzienbaar is, ondanks dat niet concreet wordt aangegeven welke maatregelen online platforms moeten nemen om ervoor te zorgen dat de inbreukmakende content niet beschikbaar is of toekomstige uploads worden voorkomen. Dat is volgens het Europees Hof echter juist noodzakelijk. Zo kunnen online platforms namelijk per geval bepalen welke concrete maatregelen moeten worden genomen om het beoogde resultaat te bereiken.

Ten tweede vindt het Europees Hof van belang dat artikel 17 Auteursrechtrichtlijn de vrije meningsuiting wel respecteert, omdat daarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat moet worden voorkomen dat content die geen inbreuk maakt, wordt geblokkeerd. Ook benadrukt artikel 17 dat “rechtmatig” gebruik van het auteursrecht van anderen toegestaan moet blijven (bijvoorbeeld parodie, kritiek, citaat, recensie).

Ten derde gaat het Europees Hof in op de evenredigheid van de bepaling. Het Hof stelt vast dat artikel 17 Auteursrechtrichtlijn het doel heeft om auteursrechten van rechthebbenden te beschermen. De specifieke aansprakelijkheidsbepaling uit artikel 17 vindt het Hof noodzakelijk voor het bereiken van dit doel, omdat dit niet op een even doeltreffende, minder ingrijpende manier kan worden bereikt. Ook vindt het Hof van belang dat voldoende waarborgen voor gebruikers worden getroffen, met name omdat artikel 17 bepaalt dat:

  • alleen inbreukmakende content mag worden geblokkeerd of gefilterd;
  • online platforms een klachtprocedure moeten hebben voor gebruikers als zij vinden dat hun content onterecht offline is gehaald. De klachten moeten door een mens worden beoordeeld;
  • gebruikers toegang moeten hebben tot efficiënte rechtsmiddelen tot mechanismen voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting;
  • online platforms gebruikers in staat moeten stellen en informeren dat zij nog wel werk van anderen kunnen gebruiken voor een parodie, kritiek, citeren of een recensie;
  • online platforms pas verplicht zijn om te filteren en/of verwijderen als ze voldoende informatie hebben ontvangen van de rechthebbende en niet zelf nog grondig juridisch onderzoek hoeven te doen; en
  • toepassing van artikel 17 niet mag leiden tot een algemene filterverplichting, maar dat het filtermechanisme onderscheid moet maken tussen rechtmatige en onrechtmatige content.

Volgens het Europees Hof biedt de regeling uit artikel 17 daarmee voldoende nauwkeurige grenzen om een ongerechtvaardigde inperking van de uitingsvrijheid te voorkomen.

Conclusie

Hoewel de aansprakelijkheidsregeling de vrijheid van meningsuiting van gebruikers kan beperken, vindt het Hof toch dat artikel 17 Auteursrechtrichtlijn voldoende waarborgen bevat. Wel geeft het Hof mee dat lidstaten, bij het omzetten van de bepaling in nationaal recht, ervoor moeten waken dat de nationale wetgeving voldoende ruimte geeft aan uitingsvrijheid en andere grondrechten.

Deel:

publicaties

Gerelateerde artikelen