020 530 0160

COVID-19 expert

Gepubliceerd op 1 april 2020 categorieën 

Uiteraard heb ik geen verstand van COVID-19, maar mijn expertise  betreft in dezen privacy en grondrechten. Samen met een grote groep wetenschappers op tal van sociaal wetenschappelijke terreinen kunnen aan ons vragen worden gesteld waar mensen in deze bijzondere tijd tegen aan lopen. Daarvoor is de site https://ssh-covid19.nl/ in het leven geroepen. Zojuist kreeg ik mijn eerste vraag van een raadslid. Ik plak hieronder mijn antwoord.

  1. In hoeverre mag de wetgever mij dwingen identificeerbaar in beeld te komen en botst dit met bestaande nationale/ EU-wet en -regelgeving met name m.b.t. privacy? 

Het is de vraag in hoeverre het als noodzakelijk kan worden gezien om herkenbaar in beeld te zijn bij openbare online bijeenkomsten als een raadsvergadering. Mij is niet bekend of er regelgeving is die bepaalt dat bij raadvergaderingen de leden herkenbaar moeten zijn, maar dat spreekt fysiek voor zich, in ieder geval moet duidelijk zijn dat de verkozen raadsleden dezelfde zijn als die in de raadszaal zitten. Vermoedelijk zal iedereen iedereen kennen, dus gaat dat fysiek altijd goed.

De vraag is of het privacybelang van de volksvertegenwoordiger om NIET herkenbaar in beeld te zijn opweegt tegen het algemene belang. Als volksvertegenwoordiger verricht je een publieke functie en die gaat noodzakelijkerwijs gepaard met zichtbaarheid voor het publiek. Het is mede een punt van vergaderprotocol, dat vermoedelijk niks bepaalt over online vergaderen. Ik denk dat de voorzitter kan verplichten om herkenbaar in beeld te zijn (al was het maar omdat je sowieso identificeerbaar moet zijn om te weten dat je online met de juiste mensen vergadert). Je zou nog kunnen tegenwerpen dat als je via het gemeente account inlogt, dan duidelijk is wie wie is ook zonder beeld. Maar als de voorzitter zichtbaarheid voor de orde van de online vergadering noodzakelijk acht, kun je daar anders dan wegblijven niet omheen, lijkt mij.

Als de in voorbereiding zijnde noodwet van kracht wordt, is de bovenstaande afweging door de wetgever gemaakt. Deze wetgeving bepaalt dat er digitaal vergaderd en (hoofdelijk) gestemd mag worden, mits alle raadsleden toegang tot de digitale vergadering hebben en identificeerbaar zijn via beeld en geluid. Tegen deze wetgeving zou je via bijv. rechterlijke procedures kunnen ageren, maar voorzover kansrijk, is er geen uitspraak te verwachten voor het eind van deze crisis.

  1. In hoeverre dient de webapplicatie die de (lokale) overheid selecteert te voldoen aan bestaande nationale/ EU-wet en -regelgeving met name m.b.t. privacy?

Interessante vraag. Ik zag dat de Britse regering ZOOM gebruikt. Die zitten weliswaar sinds kort niet meer in de EU, maar toch. Nu zelfs de Amerikaanse overheid onderzoek doet naar ZOOM, qua security (en privacy), en er overigens ook veel geschreven wordt over de software ZOOM (het is malware, security breaches, privacy inbreuken, etc.), lijkt het me niet erg voor de hand liggen dat deze software in overeenstemming met de AVG is. Er zijn alternatieven. De overheid, zeker bij dit soort online bijeenkomsten, zou moeten uitzien naar andere toepassingen. Tenzij ze overtuigd zijn van het in overeenstemming met de AVG zijn van ZOOM. Je zou wellicht nog kunnen betogen dat nood wet breekt waarbij, dus in tijden als dezen, het belang van het plaatsvinden van een online vergadering zwaarder weegt dan in overeenstemming met de AVG werken. Zelf maak ik mij daar ook schuldig aan. Ondanks de bezwaren die er over ZOOM bestaan, waar ik mij nog niet in verdiept heb, heb ik vorige week voor college bij London School of Economics en deze week voor Nova de Lisbon van ZOOM gebruik gemaakt. Of ik het ook volgende week voor de VU ga gebruiken heb ik nog niet besloten.

 

Deel:

publicaties

Gerelateerde artikelen